Snelheid van een schip

Vroeger werd op zeilschepen de snelheid gemeten door een houtblok of plankje, het log, aan een lijn overboordte gooien. De log bleef onbeweeglijk in het water liggen, terwijl de boot doorvoer en de lijn afrolde. Door te meten hoeveel van de lijn in een bepaalde tijd afgerold werd, kon de snelheid van het schip bepaald worden. Aanvankelijk werd de lijn apart opgemeten, later werden er op regelmatige afstanden knopen in gelegd, zodat de afgerolde lengte eenvoudiger bepaald kon worden. Het aantal knopen dat in een bepaalde tijd werd uitgerold gaf zo de snelheid van het schip aan in knopen. Voor het bijhouden van de tijd gebruikte men een zandloper. Een knoop is gelijk aan een zeemijl of 1852 meter.

De zandloper

Een zandloper is een instrument om de tijd te meten. In de scheepvaart werd de zandloper vanaf de 14e eeuw gebruikt om het tijdstip van de dag op zee bij te houden. Iedere dag werd opnieuw begonnen als de zon op het hoogste punt stond. De tijd werd gemeten in glazen: na 30 minuten was de zandloper (het glas) doorgelopen en werd deze omgekeerd. Op de halve uren werd de scheepsbel dan eenmaal geluid; op de hele uren tweemaal.

Een zandloper bestaat uit twee glazen reservoirs, die via een smalle verbinding met elkaar verbonden zijn. In het bovenste reservoir bevindt zich zand dat een bepaalde tijd nodig heeft om compleet van het bovenste naar het onderste reservoir te gaan. Vervolgens kan de zandloper omgedraaid worden, waarna opnieuw 30 minuten wordt gemeten. Zandlopers zijn er voor verschillende tijden. Bij sommige spelletjes, waarbij iets binnen een bepaalde tijd moet worden gedaan, zit vaak ook een zandlopertje in de doos. Bijvoorbeeld Pictionary. Die loopt dan bijvoorbeeld 3 minuten.

Vissen in de Zuiderzee

De vissers van Huizen visten op verschillende soorten vissen die leefden in de Zuiderzee

De visnetten

Alles wat de vissers nodig hebben om te vissen heet want: netten, touwen, stokken. Er zijn twee manieren van vissen:

Gaand want, waar de vissers de netten achter hun schip aanslepen en de vissen dus opzoeken. Dat doen ze met een kuilnet, een sleepnet of een kor.
en
Staand want, de netten worden op een vaste plek neergezet en de visser wacht tot de vissen in het net zwemmen.

 

Staand want

Gaand want

Een Sleepnet

Soms visten de botters in een span. Een span bestaat uit twee schepen die samen een sleepnet door het water trekken. Daarvoor moesten de twee schippers zeer ervaren zijn en goede afspraken maken. Het was niet gemakkelijk om tijdens het vissen met een span contact te hebben met elkaar, want er waren toen nog geen mobiele telefoons of andere middelen.

Een Kuilnet

De kuil was een trechtervormig net, dat door twee oorstokken aan weerszijden werd opengehouden. Het achtereind was dichtgebonden, zodat de vis hier niet uit kon. De kuilnetten konden worden onderscheiden in dwarskuil, kwakkuil en wonderkuil.

Netten breien

Wonderkuil

Een wonderkuil is een heel groot kuilnet. Het kon wel 21 m lang en de opening 9,5 m breed zijn. Het net moest tussen twee schuiten worden voortgesleept. Hiermee konden de Huizer vissers veel vis in één keer vangen. Niet iedereen was hier blij mee.

 

 

Dwarskuil

Dit is een kuilnet waarmee dwars vooruit drijvende gevist wordt. Het is met lijnen bevestigd aan de voor- en achtersteven van de botter. Een horizontaal zijwaarts aan de loefzijde buiten boord stekende stok (kuilstok) houdt het net open.

Zo wordt een botter gebouwd

Het leggen van de kiel en voor- en achtersteven

Het branden van de vorm van de bodem

Het leggen van de voorplecht